Leesplezier begint bij luisteren: in gesprek met leesmediaconsulent Sonja

De leesvaardigheid onder jongeren daalt al jaren. Een duurzame samenwerking tussen het voortgezet onderwijs en de Bibliotheek is daarom belangrijker dan ooit. Sonja is een van de leesmediaconsulenten die zich vanuit de Bibliotheek West-Brabant dagelijks inzet om het leesplezier onder middelbare scholieren (en docenten) te stimuleren.

“De liefde voor lezen heb ik altijd al gehad,” vertelt Sonja. “Als kind vond ik het heerlijk om te verdwijnen in fantasieverhalen. Alice in Wonderland was mijn favoriet.”

Na een aantal jaar Engelse les te hebben gegeven op de middelbare school, volgde Sonja een schrijfopleiding waar ze veel in aanraking kwam met poëzie en proza. Hierna ging ze aan de slag als tekstschrijver.

Sonja kwam uiteindelijk bij de Bibliotheek terecht. “Ik was aanwezig bij de onthulling van een gedicht, in samenwerking met een lokale basisschool. Ik hoorde dat voorafgaand aan die onthulling poëzielessen werden gegeven door een leesmediaconsulent. Ik dacht meteen: dat is leuk, dat je zulke lessen kan geven!”

Ze zocht op wie die leesmediaconsulent was, en diezelfde persoon had net een vacature gedeeld op LinkedIn. “Dat kon geen toeval zijn! Ik heb gesolliciteerd en voelde me meteen thuis bij de bieb. De veelzijdigheid van het werk trok me. De combinatie van bij jongeren in de klas komen, lesgeven en bezig zijn met taal.”

Van workshops tot werkoverleggen

Geen dag is hetzelfde voor een leesmediaconsulent. Vandaag geeft Sonja voorleesworkshops op het Norbertus in Roosendaal, morgen is ze op een andere school waar ze met de werkvorm ‘Boekensushi’ leerlingen helpt bij het kiezen van een boek voor Nederlands. Later deze week bezoekt ze een school waar ze leerlingen ondersteunt die daar de schoolbieb runnen.

Ook zit Sonja regelmatig samen met de leescoördinatoren van de scholen waar ze komt. “Vaak overleggen we over de doelen die de school wil behalen of bespreken we schrijversbezoeken,” legt Sonja uit. “Maar we hebben het ook over hoe we de voorleeswedstrijd gaan insteken en bij welke lessen ik langs kan komen.”

“Voor ieder kind is er een boek.”

Leesplezier bij jongeren kan een uitdaging zijn, maar volgens Sonja is het een kwestie van een goed inlevingsvermogen hebben. “Ik kom op een paar scholen in dorpen. Daar heb ik een boek geïntroduceerd over schuurfeesten. Dat boek sloot aan bij de leefwereld van die kinderen.”

Sonja begrijpt het ook goed als een leerling minder snel een boek openslaat. “Thuis had ik een broer die niet veel las. Die was vooral met zijn handen bezig. Ik zie dat terug bij sommige leerlingen. Die hebben net wat extra hulp nodig om te starten in een boek.”

En als een leerling écht niet wil lezen? “Ik blijf boeken onder de aandacht brengen en benadrukken dat lezen belangrijk is om de woordenschat uit te breiden. Ook licht ik docenten voor en laat hun weten dat er boeken zijn die bij de leerlingen passen, in onderwerp én in vorm,” vertelt Sonja. Maar ze is ook realistisch: “Soms is het ook gewoon een stukje acceptatie. Toch geloof ik echt: voor ieder kind is er een boek.” 

De sleutelrol van de docent

Hoewel leesplezier bij de leerlingen het doel is, richt Sonja zich met name op de docenten; zij geven de lessen en hebben het meeste contact met de leerlingen.

“Ik geef de workshop ‘Rijke teksten’ voor het hele schoolteam,” vertelt Sonja. “Deze workshop houdt in dat je docenten laat zien hoe je gelaagde teksten, boeken, kranten en tijdschriften vakoverstijgend kunt inzetten.” Ze geeft als voorbeeld een boek over een vluchteling uit Syrië. Bij Nederlands wordt het verhaal gelezen, bij Aardrijkskunde leer je hoe de reis van de vluchteling verloopt en bij Maatschappijleer praat je over hoe het leven van de vluchteling eruit ziet. Een boek is op die manier voor meerdere vakken relevant. 

“Laatst zag ik een docent staand lezen. Ze stond pontificaal op de trap. Dat is wat we meer willen zien: docenten die zelf ook met een boek lopen. Zien lezen doet lezen.”

Verhalen die blijven hangen

Hoe ziet Sonja terug dat haar werk iets teweegbrengt? “We meten het natuurlijk via de Monitor, maar het mooiste zijn de reacties van docenten. Zo liet een docent mij weten dat boeken die ik had meegenomen naar de les gelezen worden door de leerlingen. Dan weet je: dit blijft hangen. Dat vind ik geweldig.”

Een ander voorbeeld maakt haar zichtbaar trots: “Bij één school staat lezen sinds dit schooljaar elke dag 25 minuten op het rooster, ongeacht het vak. Dat is een schoolbeslissing, maar wij wakkeren het aan met de Bibliotheek op school.”

Maak ruimte voor leesplezier

Ondanks dat Sonja al veel leerlingen en docenten heeft kunnen inspireren, weet ze ook dat er nog een hoop stappen gezet moeten worden. Sonja ziet bijvoorbeeld dat leesbevordering in het voortgezet onderwijs schuurt met tijd, roosterdruk en docenten­tekorten. Ze hoopt dat er vanuit de overheid meer ruimte komt voor de Bibliotheek op school, omdat het werk een merkbare meerwaarde heeft: “Binnen redelijk korte tijd ben je op de hoogte van nieuwe titels en wat jongeren aanspreekt. Wij scholen ons continu bij en geven advies over de aanschaf van boeken en werkvormen die docenten zelf kunnen inzetten.”

“Ik denk dat we nog een lange weg te gaan hebben; we zijn er echt nog niet. Dat hoor je ook van scholen uit: ‘we zijn nog niet klaar samen.’ Het is een licht stijgende lijn.”

Tot slot wil Sonja graag een misverstand uit de weg ruimen: “Het beeld van jongeren is vaak negatief. Ga gewoon met ze in gesprek, je hoeft het niet altijd met ze eens te zijn. We moeten meer naar jongeren luisteren en minder aan ze opleggen. Dat vind ik ook het leuke aan deze baan. Het gaat om leesplezier, niet om cijfertjes.”